ECLI:NL:RVS:2021:1882
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vaststelling veilig derde land Colombia bij asielaanvraag vreemdeling met Turkse nationaliteit
De vreemdeling, van Turkse nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland nadat hij eerder in Colombia een verblijfsvergunning asiel had ontvangen. De staatssecretaris verklaarde zijn aanvraag niet-ontvankelijk omdat Colombia als veilig derde land werd beschouwd. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende onderzoek en motivering.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat hij wel degelijk zorgvuldig had onderzocht of Colombia een veilig derde land was, waarbij hij onder meer de verdragen waarbij Colombia partij is betrok en concludeerde dat de vreemdeling opnieuw toegang tot Colombia zou krijgen. De vreemdeling betwistte dit en stelde dat hij geen bescherming geniet in Colombia vanwege zijn vermeende lidmaatschap van de Gülenbeweging.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris voldoende aannemelijk had gemaakt dat de vreemdeling toegang tot Colombia heeft en dat Colombia haar internationale verplichtingen naleeft. De vreemdeling had onvoldoende bewijs geleverd dat hij geen bescherming kan verwachten. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan motivering.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, terwijl het beroep van de vreemdeling ongegrond werd verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.