ECLI:NL:RVS:2021:1938
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- F.D. van Heijningen
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging natuurvergunning biowarmtecentrale wegens strijd met Habitatrichtlijn en Aarhusverdrag
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland verleende op 6 mei 2019 een natuurvergunning aan SVP Productie B.V. voor het oprichten van een biowarmtecentrale in Purmerend. Coöperatie Mobilisation for the Environment (MOB) stelde beroep in tegen deze vergunning vanwege mogelijke negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie.
De rechtbank verklaarde het beroep van MOB niet-ontvankelijk omdat MOB geen zienswijze had ingediend. MOB stelde hoger beroep in, evenals het college van burgemeester en wethouders van Purmerend (college van b&w) incidenteel hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 6:13 Awb Pro niet tegen MOB kon worden ingeroepen vanwege het Verdrag van Aarhus, waardoor het beroep ontvankelijk is.
Inhoudelijk oordeelde de Afdeling dat de vergunning onrechtmatig is verleend omdat de passende beoordeling gebaseerd was op het Programma Aanpak Stikstof (PAS), dat niet voldoet aan artikel 6 van Pro de Habitatrichtlijn. De vergunning is daarom vernietigd. Het college van b&w werd niet als belanghebbende erkend en hun incidenteel hoger beroep ongegrond verklaard. De Afdeling bepaalde dat het college van gedeputeerde staten een nieuw besluit moet nemen en veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van MOB.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de natuurvergunning wordt vernietigd wegens strijd met de Habitatrichtlijn en het Verdrag van Aarhus.