ECLI:NL:RVS:2021:1958
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- H.J.M. Baldinger
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens niet-maandelijkse loonbetaling aan kennismigrant in strijd met Wet arbeid vreemdelingen
De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan de werkgever een boete van €16.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar werd de boete verlaagd naar €8.000 omdat voor één kennismigrant aan het looncriterium was voldaan. De werkgever betwistte dat zij niet aan het maandelijkse loonbetalingsvereiste had voldaan en voerde aan dat de loonbetaling in de arbeidsovereenkomst was geregeld en daadwerkelijk had plaatsgevonden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de werkgever stelde hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het loon maandelijks moet worden uitbetaald en dat het feit dat het loon uiteindelijk werd betaald niet afdoet aan de overtreding van het maandelijkse betalingsvereiste. De boete was terecht opgelegd en matiging werd afgewezen, ook gelet op het ontbreken van concrete onderbouwing voor niet-naleving en het feit dat de overschrijding van de beslistermijn niet tot schadelast had geleid.
Verder werd geoordeeld dat de boete niet in strijd is met het ne bis in idem-beginsel omdat de overtredingen verschillende wettelijke strekking hebben. De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De boete van €8.000 wegens niet-maandelijkse loonbetaling aan kennismigrant wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.