ECLI:NL:RVS:2021:1987
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en bewaring vreemdeling met afgeleid verblijfsrecht op grond van EU-recht
De vreemdeling, met de Colombiaanse nationaliteit, werd op 11 januari 2021 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdeling tegen deze besluiten ongegrond. De vreemdeling stelde in hoger beroep dat zij een afgeleid verblijfsrecht had als familielid van een EU-burger die in Nederland woont.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar het bestaan van een afgeleid verblijfsrecht. De vreemdeling had voldoende concrete aanknopingspunten gegeven, waaronder haar huwelijk met een Spaanse EU-burger die in Nederland woont, maar de ambtenaar had niet doorgevraagd of de vreemdeling de mogelijkheid geboden om bewijsstukken te overleggen.
Het terugkeerbesluit was niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de staatssecretaris zorgvuldig had gehandeld. De Raad van State vernietigde het terugkeerbesluit en de maatregel van bewaring, kende de vreemdeling een schadevergoeding toe en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en de maatregel van bewaring worden vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.