ECLI:NL:RVS:2021:285
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toegang en vrijheidsontnemende maatregel voor vreemdeling uit Barbados tijdens coronapandemie
De zaak betreft een vreemdeling uit Barbados aan wie op 1 juli 2020 de toegang tot Nederland is geweigerd vanwege het tijdelijke inreisverbod dat gold om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Tegelijkertijd werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd omdat zij niet direct kon terugkeren naar Barbados.
De rechtbank had geoordeeld dat na de quarantaineperiode, waarin de vreemdeling geen corona-klachten vertoonde, de vrijheidsontnemende maatregel niet langer gerechtvaardigd was en heeft deze opgeheven. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat het inreisverbod een generieke maatregel is gericht op het beperken van reizigersstromen en niet op individuele gezondheidschecks. Het feit dat de vreemdeling geen klachten had, betekent niet dat de toegangsweigering vervalt. De vrijheidsontnemende maatregel is gerechtvaardigd zolang terugkeer niet mogelijk is, maar dient niet langer dan veertien dagen voort te duren tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen.
In deze zaak bevestigt de Raad dat de vrijheidsontnemende maatregel na veertien dagen niet langer proportioneel was en dat de rechtbank de maatregel terecht heeft opgeheven. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel na veertien dagen en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.