ECLI:NL:RVS:2021:489
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek huurtoeslag 2016 wegens ontbreken nieuwe feiten
In deze zaak heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek van appellante om herziening van de huurtoeslag over 2016 afgewezen. De dienst stelde dat appellante te veel voorschot huurtoeslag had ontvangen vanwege voordeel uit sparen en beleggen en stelde de definitieve huurtoeslag op nihil. Appellante voerde aan recht te hebben op elf maanden huurtoeslag omdat zij pas op 1 december 2016 met haar partner is gaan samenwonen en haar partner vanaf die datum als toeslagpartner geldt.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij reeds in eerdere procedures deze feiten had aangevoerd en er geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden. Appellante stelde in hoger beroep dat zij een notarieel samenlevingscontract had afgesloten en dat de dienst ten onrechte uitging van een te hoog vermogen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn die een herziening rechtvaardigen. De eerdere afwijzing blijft daarom in stand. De rechtbank heeft de standpunten van de dienst terecht gevolgd en het beroep van appellante terecht ongegrond verklaard. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het herzieningsverzoek huurtoeslag 2016 bevestigd.