ECLI:NL:RVS:2021:556
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en zelf afdoening Wob-verzoek inzake politiecontroles horeca en handtekening gemeenteambtenaar
Appellant diende twee Wob-verzoeken in bij het stadsdeel Centrum: inzage in controles van horecazaken in september 2009 en inzage in de handtekening van een gemeenteambtenaar. Het dagelijks bestuur wees beide verzoeken af, waarbij tevens werd aangekondigd een jaar niet te reageren op toekomstige verzoeken van appellant.
Het college verklaarde bezwaar tegen de afwijzing deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht geen documenten over andere horecagelegenheden dan die van appellant kon verstrekken omdat deze niet onder het bestuursorgaan berusten. Het verzoek om de handtekening werd niet als Wob-verzoek aangemerkt omdat een handtekening geen bestuurlijke aangelegenheid is. Wel werd geoordeeld dat het college appellant ten onrechte niet-ontvankelijk had verklaard in bezwaar tegen dit verzoek.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het bezwaar tegen de afwijzing van het handtekeningverzoek niet-ontvankelijk werd verklaard, verklaarde het bezwaar alsnog ongegrond en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten. De mededeling over het niet in behandeling nemen van toekomstige verzoeken werd als feitelijke mededeling zonder rechtsgevolg bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het bezwaar tegen het handtekeningverzoek alsnog ongegrond verklaard, en het college veroordeeld tot proceskostenvergoeding.