ECLI:NL:RVS:2021:609
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gebrek tolk bij interview vreemdeling en gevolgen voor besluit machtiging verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees een aanvraag van een Sudanese vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling wilde haar echtgenoot, de referent, nareizen. Tijdens het interview in de bezwaarprocedure werd geen beëdigde tolk Fur ingezet, hoewel dit was verzocht. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege dit gebrek.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat het gebrek niet tot benadeling van de vreemdeling had geleid en dat toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb passend was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het gebrek niet had gepasseerd, omdat uit het interviewverslag bleek dat de tolk de vreemdeling goed verstond en dat er geen aanwijzingen waren van miscommunicatie.
De Afdeling beoordeelde ook de tegenstrijdigheden in verklaringen van de vreemdeling en referent en vond dat deze niet waren weggenomen door interpretatieverschillen. Tevens oordeelde zij dat het niet horen van de vreemdeling en referent in bezwaar geen benadeling opleverde omdat zij in beroep alsnog gelegenheid hadden gehad hun standpunten toe te lichten.
Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1602,00.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf blijft in stand.