Verzoeker is zijn rijbewijs kwijtgeraakt na een besluit van het CBR op grond van alcoholmisbruik. De psychiater concludeerde op basis van rapporten dat sprake was van alcoholmisbruik in ruime zin, mede vanwege herhaalde aanhoudingen en een patroon van alcoholgebruik.
Verzoeker betwistte de diagnose en stelde dat het rapport gebreken vertoonde, onder andere omdat eerdere aanhoudingen buiten de relevante termijn vielen en er onvoldoende onderbouwing was voor de conclusie van onderrapportage. De voorzieningenrechter toetste de rapportage aan jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en vond dat de rapportage niet voldoende concludent was en dat er motiveringsgebreken waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoeker bij het behouden van zijn rijbewijs zwaarder woog dan het belang van onmiddellijke uitvoering van het besluit. Daarom werd het primaire besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak is in het openbaar gedaan en er staat geen rechtsmiddel tegen open.