ECLI:NL:RVS:2024:2412
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- B.P.M. van Ravels
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing nadeelcompensatie wegens werkzaamheden herinrichting route Kijkduin-Houtrust
Habana exploiteert sinds 2002 een beachclub nabij het Deltaplein in Kijkduin. Zij verzocht het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om nadeelcompensatie wegens inkomensschade door werkzaamheden voor de herinrichting van de route Kijkduin-Houtrust en de uitvoering van het bestemmingsplan Kijkduin-Ockenburgh.
Het college wees het verzoek af, onderbouwd met een second opinion van Steenhuijs Grondzaken B.V., die de schade grotendeels toerekende aan het bestemmingsplan en slechts 10% aan de route-herinrichting. Deze afwijzing werd bevestigd door de rechtbank en nu ook door de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college niet onzorgvuldig heeft gehandeld, de motiveringsplicht niet heeft geschonden en dat het verkeersrapport van Arcadis en de second opinion van Steenhuijs terecht zijn betrokken bij de besluitvorming. Het gelijkheidsbeginsel werd niet geschonden ondanks eerdere toekenning van compensatie aan een vergelijkbare onderneming.
Ook de berekening van het normaal ondernemersrisico werd als juist beoordeeld, waarbij geen sprake is van cumulatie van verrekening. Het hoger beroep van Habana is ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om nadeelcompensatie van Habana wordt afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.