ECLI:NL:RVS:2022:1355
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit bezwaar omgevingsvergunning kelderuitbreiding Moreelsestraat Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende op 28 september 2018 een omgevingsvergunning aan Grabo Onroerend Goed B.V. voor het veranderen en vergroten van de kelder en begane grond van panden aan de Moreelsestraat 5 en 7. Tegen dit besluit maakte [appellante] bezwaar, dat op 21 mei 2019 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van [appellante] tegen dit besluit eveneens ongegrond. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in een tussenuitspraak dat het college een gebrek in het besluit op bezwaar moest herstellen, met name door het opnemen van een duidelijk, concreet en handhaafbaar voorschrift dat recht doet aan het advies van Waternet.
Het college nam op 15 december 2021 een herstelbesluit waarin het advies van Waternet werd overgenomen en een aanvullend voorschrift werd toegevoegd over het plaatsen van verloren damwanden met gaten om barrièrewerking van de kelder voor het grondwater te voorkomen. [Appellante] betoogde dat het herstelbesluit onzorgvuldig was voorbereid, onvoldoende duidelijkheid bood over het aantal en de afmetingen van de gaten, en dat zij geen gelegenheid had gehad te reageren op het geohydrologisch rapport en het Waternet-advies.
De Afdeling oordeelde dat het college het gebrek in het besluit op bezwaar had hersteld door het opnemen van voldoende duidelijke, concrete en handhaafbare voorschriften die voldoen aan de geldende norm van een doorlaatvermogen van minimaal 15 m2/dag. De verwijzing naar een niet-bestaande tabel 3.5 werd als kennelijke verschrijving beschouwd en moest gelezen worden als tabel 3.4. De Afdeling vernietigde het besluit op bezwaar van 21 mei 2019 wegens strijd met artikel 3:2 Awb Pro, verklaarde het beroep van [appellante] gegrond, maar verklaarde het beroep tegen het herstelbesluit ongegrond. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan [appellante].
Uitkomst: Het besluit op bezwaar van 21 mei 2019 wordt vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 Awb, het beroep wordt gegrond verklaard, en het beroep tegen het herstelbesluit wordt ongegrond verklaard.