ECLI:NL:RVS:2022:1519
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over bewaring vreemdeling en toekenning proceskosten
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 22 maart 2022 in bewaring. De vreemdeling stelde beroep in tegen deze maatregel bij de rechtbank Den Haag, die op 8 april 2022 het beroep gegrond verklaarde, de bewaring ophefte en proceskosten toekende.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Bovendien was de rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling beantwoord in vergelijkbare zaken.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €759,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.