ECLI:NL:RVS:2022:1835
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking omgevingsvergunning verbouwing schuur tot Bed & Breakfast wegens niet tijdig starten bouw
Het college van burgemeester en wethouders van Oost Gelre trok bij besluit van 26 juni 2019 de omgevingsvergunning in die in 2011 was verleend voor het verbouwen van een schuur tot Bed & Breakfast. De reden was dat niet tijdig was begonnen met de bouw. De eigenaar van het perceel, appellant A, betwistte dit en stelde dat de vertraging aan het college te wijten was, onder meer vanwege gemaakte afspraken en perikelen met de aannemer.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant A ongegrond en deze stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was de vergunning in te trekken op grond van artikel 2.33, tweede lid, Wabo, en dat de belangenafweging zorgvuldig en rechtmatig was uitgevoerd. De vertraging van zeven jaar kon niet worden gerechtvaardigd door de gesprekken met de gemeente of de aannemerproblemen.
De bouwwerkzaamheden die waren gestart voor de intrekking waren marginaal van aard en voldeden niet aan de gewijzigde isolatienormen uit het Bouwbesluit. Het college hoefde de financiële nadelige gevolgen voor appellant A niet doorslaggevend te achten omdat deze niet onevenredig waren ten opzichte van de doelen van de intrekking.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de omgevingsvergunning wegens niet tijdig starten van de bouw.