ECLI:NL:RVS:2025:4812
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging gedeeltelijke intrekking revisievergunning vleeskuikenbedrijf
Het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk trok bij besluit van 13 december 2021 de revisievergunning voor stal 5 van een vleeskuikenbedrijf gedeeltelijk in, op verzoek van een milieuvereniging. De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van de toenmalige vergunninghouder en de toekomstige eigenaar, en vernietigde het besluit.
De milieuvereniging stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het beroep ongegrond. De Afdeling overwoog dat de toekomstige eigenaar en mede-eigenaar als belanghebbenden moesten worden aangemerkt, omdat zij een concreet en actueel belang hadden bij het besluit. Tevens was er sprake van een substantiële aanvang van de bouw van stal 5, waardoor het college de belangen van vergunninghouder en toekomstige eigenaar in de belangenafweging had moeten betrekken.
Daarnaast wees de Afdeling het beroep van de milieuvereniging tegen het afwijzingsbesluit van 11 januari 2024 tot gedeeltelijke intrekking van de revisievergunning af. Het college mocht dit besluit nemen omdat op dat moment stal 5 volledig was gerealiseerd en in gebruik was, waardoor de beleidsregels omtrent ongebruikte vergunningen niet van toepassing waren.
De Afdeling concludeerde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het belang van intrekking zwaarder woog dan het belang van vergunninghouder en toekomstige eigenaar, en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. Het hoger beroep van de milieuvereniging werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de milieuvereniging wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van het intrekkingsbesluit bevestigd.