ECLI:NL:RVS:2022:2302
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herstelverzoek kadastrale grens in basisregistratie kadaster
Appellant is sinds 1996 eigenaar van een perceel en mandelig eigenaar van een ander perceel, waarvan hij stelt dat de zuidelijke grens in de basisregistratie kadaster onjuist is weergegeven. Hij verzocht de bewaarder van het kadaster om herstel van deze grens, maar dit verzoek werd afgewezen omdat er geen verschil is tussen het relaas van bevindingen uit 1996 en de huidige registratie.
De rechtbank stelde vast dat de bewaarder terecht het verzoek had afgewezen, omdat de kadastrale grenzen sinds 1996 niet waren gewijzigd en geen sprake was van een kennelijke misslag. Appellant voerde onder meer aan dat de bewaarder niet kon aantonen wat destijds was aangeleverd en dat tekeningen bij notariële leveringsakten als brondocumenten hadden moeten worden meegenomen.
De Raad van State oordeelde dat het verzoek tot herstel zich alleen richt op misslagen bij de bijwerking van de basisregistratie kadaster en niet op het resultaat van de bevindingen zelf. De tekeningen bij de leveringsakten zijn geen brondocumenten in de zin van de Kadasterwet en kunnen daarom niet worden betrokken bij de beoordeling. De bewaarder mocht het verzoek afwijzen en het horen van appellant achterwege laten omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het herstelverzoek bevestigd.