Uitspraak
Datum uitspraak: 10 augustus 2022
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
griffier
Raad van State
Appellant sub 1 heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), welke is afgewezen door de minister van Justitie en Veiligheid. Tegen deze afwijzing is bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld. De raad voor rechtsbijstand verleende een lichte adviestoevoeging (LAT) voor rechtsbijstand in beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar, welke later werd omgezet in een reguliere toevoeging. Een aanvraag voor een tweede toevoeging voor rechtsbijstand in beroep tegen het inhoudelijke besluit werd door de raad afgewezen.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat er sprake is van één rechtsbelang, namelijk het verkrijgen van een mvv, en dat de behandeling in één instantie plaatsvond. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd onvoldoende onderbouwd geacht. Appellant sub 1 voerde aan dat de raad onzorgvuldig heeft gehandeld en dat er sprake is van verschillende procedures, maar dit werd niet als relevant voor het besluit beschouwd.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep van appellant sub 1 niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang bij inhoudelijke beoordeling, terwijl het hoger beroep van appellant sub 2 ongegrond werd verklaard. De Afdeling bevestigde het besluit van de raad voor rechtsbijstand dat de aanvraag voor een tweede toevoeging terecht was afgewezen omdat het rechtsbelang reeds door een eerdere toevoeging werd gedekt.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant sub 1 is niet-ontvankelijk en dat van appellant sub 2 ongegrond verklaard; het besluit tot afwijzing van de tweede toevoeging wordt bevestigd.