ECLI:NL:RVS:2022:2443
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens drugshandel en handhaving openbare orde
De burgemeester van Rotterdam sloot op 7 juni 2019 met spoedeisende bestuursdwang een woning aan de betreffende locatie wegens de vondst van handvuurwapens, munitie, drugs en druggerelateerde middelen. De eigenaar, die de woning verhuurde, maakte bezwaar tegen de sluiting en de duur daarvan, en stelde dat hij voldoende maatregelen had genomen en geen verwijt treft.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de sluiting voor zes maanden. In hoger beroep betoogde appellant dat hij niet in de gelegenheid was gesteld zijn visie op de sluitingsduur te geven en dat de sluiting onevenredig was. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de spoedeisendheid rechtvaardigde dat appellant geen zienswijze kon geven voorafgaand aan de sluiting en dat hij onvoldoende toezicht had gehouden op het gebruik van de woning.
Verder werd geoordeeld dat het mislopen van huurinkomsten niet op zichzelf tot onevenredigheid leidt en dat de ernst van de situatie een sluiting van zes maanden rechtvaardigt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de sluiting van de woning voor zes maanden bevestigd.