ECLI:NL:RVS:2022:682
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onbevoegdheid rechtbank inzake verzoek om schadevergoeding tegen Belastingdienst/Douane
Appellante vordert schadevergoeding van de Belastingdienst/Douane wegens vermeende onrechtmatige inbeslagname van contant geld op Schiphol, wat zou hebben geleid tot materiële en immateriële schade. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de klachtafhandeling en het verzoek om schadevergoeding, omdat de schadeoorzaak feitelijk handelen betreft en niet binnen het bereik van artikel 8:88 Awb Pro valt.
In hoger beroep betoogt appellante dat bezwaar en beroep openstaan tegen de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding en verhoogt zij haar eis. De Afdeling stelt vast dat titel 8.4 Awb niet van toepassing is op schade veroorzaakt door handelingen van de Belastingdienst in het kader van haar taken, en dat het verzoek onder het oude recht valt. Ook onder het oude recht was de rechtbank niet bevoegd omdat het verzoek niet was gedaan binnen een beroep tegen een appellabel besluit.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht, zij het op onjuiste gronden, haar onbevoegdheid heeft vastgesteld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de griffierechten zijn correct geheven. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank is onbevoegd om te oordelen over het verzoek om schadevergoeding tegen de Belastingdienst/Douane; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.