ECLI:NL:RVS:2023:1020
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- B. Meijer
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving huisvesting arbeidsmigranten en heggen op agrarisch perceel
Het college van burgemeester en wethouders van Teylingen legde aan appellant dwangsommen op wegens overtredingen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) op zijn perceel met bestemming Agrarisch - Bollenteelt. De overtredingen betroffen de huisvesting van arbeidsmigranten in een bedrijfsgebouw en het niet naleven van vergunningvoorschriften over heggen. Appellant voerde onder meer aan dat de huisvesting binnen de bestemming bed & breakfast viel en dat de last tot aanplanten van heggen onduidelijk was.
De Afdeling oordeelde dat de huisvesting van arbeidsmigranten niet valt onder de toegestane bed & breakfast, omdat deze vorm van verblijf feitelijk hoofdverblijf betreft en niet voldoet aan de planregels. De beperking is niet evident in strijd met de Dienstenrichtlijn en handhaving is niet onevenredig. De dwangsommen zijn terecht verbeurd en ingevorderd.
Ten aanzien van de heggen concludeerde de Afdeling dat de last onduidelijk is omdat niet duidelijk is welke heggen precies moeten worden aangeplant. Hierdoor is de last in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en wordt deze vernietigd, evenals het invorderingsbesluit. Het college mag echter in de toekomst opnieuw handhavend optreden. De Afdeling veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Last tot beëindiging huisvesting arbeidsmigranten blijft in stand met dwangsommen, last en invordering over heggen worden vernietigd wegens onduidelijkheid.