ECLI:NL:RVS:2023:114
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging terugkeerbesluiten en oplegging termijn voor nieuw besluit verblijfsvergunning asiel
De vreemdeling, afkomstig uit Albanië en stellende staatloos te zijn, vroeg op 26 september 2019 asiel aan in Nederland. De staatssecretaris wees de aanvraag af en legde een terugkeerbesluit op. Dit terugkeerbesluit werd later ingetrokken na een arrest van het Hof van Justitie, maar vervolgens opnieuw opgelegd nadat de vreemdeling meerderjarig werd.
De rechtbank vernietigde de besluiten van 12 maart 2020 en 6 augustus 2021 wegens motiveringsgebrek en gebrekkig onderzoek naar adequate opvang in het land van herkomst. De staatssecretaris ging in hoger beroep, maar dit beroep werd ongegrond verklaard. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris voortvarend moet handelen bij onderzoek naar opvang en dat het ontbreken van een toelichting op de vertraging een motiveringsgebrek vormt.
Daarnaast stelde de vreemdeling beroep in tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit na de rechtbankuitspraak. De Afdeling verklaarde dit beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig nemen van een besluit en stelde een termijn van zes weken voor het nemen en bekendmaken van een nieuw besluit, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, maximaal €15.000.
De staatssecretaris werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.674,00. De uitspraak benadrukt het belang van een tijdige en gemotiveerde besluitvorming in asielzaken, zeker bij minderjarige vreemdelingen.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt vernietiging van de terugkeerbesluiten en stelt de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.