ECLI:NL:RVS:2023:2138
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling actueel gevaar voor nationale veiligheid en openbare orde bij ongewenstverklaring vreemdeling
De vreemdeling is in 2005 ongewenst verklaard vanwege een gevaar voor de nationale veiligheid, mede door zijn veroordeling in 2006 voor deelname aan de terroristische Hofstadgroep. Na meer dan tien jaar verblijf in Marokko verzocht hij om opheffing van deze verklaring om zijn familie te bezoeken en zakelijke activiteiten in Europa te ontplooien. De staatssecretaris wees dit verzoek af, waarna de rechtbank deze afwijzing vernietigde wegens onvoldoende motivering.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt echter dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat de vreemdeling nog steeds een actueel gevaar vormt voor de nationale veiligheid en de openbare orde. Hierbij is onder meer gekeken naar het ernstige karakter van het misdrijf, het ontbreken van berouw en het feit dat de vreemdeling geen afstand heeft genomen van zijn daden. De Raad stelt dat de rechtbank ten onrechte de twee afzonderlijke afwijzingsgronden niet apart heeft beoordeeld.
De belangen van de vreemdeling, zoals het bezoeken van zijn zoons en het uitbreiden van zijn bedrijf, wegen volgens de Raad niet op tegen de belangen van de Nederlandse samenleving. De Raad verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring blijft afgewezen wegens actueel gevaar voor nationale veiligheid en openbare orde.