ECLI:NL:RVS:2022:2759
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing opheffing inreisverbod wegens onvoldoende motivering actuele bedreiging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het verzoek van een vreemdeling om opheffing van een tienjarig inreisverbod af, gebaseerd op een eerdere 1(F)-vaststelling wegens betrokkenheid bij ernstige oorlogsmisdaden in Srebrenica. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende motivering dat de vreemdeling nog een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor de samenleving vormt, mede omdat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar het gedrag en de houding van de vreemdeling na de gepleegde misdrijven.
In hoger beroep betoogde de staatssecretaris dat de bewijslast bij de vreemdeling ligt en dat de eerdere 1(F)-vaststelling als zwaarwegend uitgangspunt geldt. De Afdeling oordeelde echter dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met de door de vreemdeling aangevoerde omstandigheden, zoals zijn terugkeer naar Srebrenica en de houding die hij sinds 2014 aanneemt. De Afdeling benadrukte dat de staatssecretaris deze omstandigheden zorgvuldig moet onderzoeken en motiveren in een nieuw besluit.
De Afdeling bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de motivering van de staatssecretaris ondeugdelijk is en dat het verzoek om opheffing van het inreisverbod niet terecht is afgewezen zonder nader onderzoek. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en de staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen met betere motivering over de actuele bedreiging.