ECLI:NL:RVS:2023:2452
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.M. Willems
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens terroristische misdrijven ondanks betwisting actuele bedreiging
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 7 mei 2021 een terugkeerbesluit genomen en een inreisverbod van twintig jaar opgelegd aan een vreemdeling die onherroepelijk is veroordeeld voor voorbereiding van terroristische misdrijven. De vreemdeling, geboren in Marokko en genaturaliseerd tot Nederlander, werd Nederlanderschap ontnomen vanwege deze veroordelingen. Hij stelde beroep in tegen het terugkeerbesluit en inreisverbod, stellende dat hij geen actuele bedreiging vormt en dat het besluit disproportioneel is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het terugkeerbesluit en inreisverbod terecht zonder bezwaarprocedure zijn genomen en dat de rechtbank bevoegd was. De Afdeling bevestigde dat de terroristische misdrijven ernstig zijn en dat ondanks het tijdsverloop en het ontbreken van recidive, een actueel gevaar blijft bestaan. Ook werden de reclasseringsrapporten en andere aangevoerde omstandigheden onvoldoende geacht om het gevaar te ontkrachten.
Verder oordeelde de Afdeling dat het besluit in overeenstemming is met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel en artikel 8 EVRM Pro, waarbij het belang van nationale veiligheid zwaarder weegt dan het gezinsleven van de vreemdeling. De vermeende ongelijke behandeling met andere gevallen werd eveneens verworpen, omdat sinds 2018 een standaardtermijn van twintig jaar geldt voor inreisverboden bij terroristische veroordelingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.