ECLI:NL:RVS:2024:2591
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- J. Schipper-Spanninga
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning en terugkeerbesluit wegens terroristische veroordeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 6 februari 2019 de aanvragen van de vreemdeling om een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen en een verblijfsvergunning regulier afgewezen, en tevens een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twintig jaar uitgevaardigd. Dit besluit is gebaseerd op de onherroepelijke veroordeling van de vreemdeling tot een gevangenisstraf wegens terroristische misdrijven.
De vreemdeling voerde in hoger beroep onder meer aan dat het ne-bis-in-idembeginsel van toepassing is, dat zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende zijn meegewogen, dat sprake is van willekeur en discriminatie, en dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro onzorgvuldig is. De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze grieven en oordeelde dat de rechtbank de juiste toetsingsmaatstaf heeft toegepast, de ernst van de feiten en het actuele gevaar voor de nationale veiligheid terecht heeft betrokken, en dat het inreisverbod proportioneel en noodzakelijk is.
Verder oordeelde de Afdeling dat de vreemdeling geen geslaagd beroep kan doen op het Turks associatierecht of de Euro-Mediterrane Overeenkomst met Marokko, en dat de staatssecretaris niet willekeurig heeft gehandeld. De belangen van de minderjarige zoon van de vreemdeling zijn meegewogen, maar wegen niet zwaarder dan het algemeen belang van nationale veiligheid.
De Afdeling bevestigt daarmee het bestreden vonnis van de rechtbank Den Haag en verklaart het hoger beroep ongegrond. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning, het terugkeerbesluit en het inreisverbod bevestigd.