ECLI:NL:RVS:2009:BH1548
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak vreemdelingenbewaring na strafrechtelijke detentie
De vreemdeling werd op 7 november 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld na strafrechtelijke detentie. De rechtbank 's-Gravenhage had dit besluit vernietigd en de bewaring opgeheven, waarbij tevens schadevergoeding werd toegekend. De staatssecretaris van Justitie stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat de inspanningsverplichting uit paragraaf A6/5.3.7.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 geen garantie biedt dat vreemdelingen na strafrechtelijke detentie niet in vreemdelingenbewaring worden gesteld. Hoewel de staatssecretaris erkende dat een Dublinclaim eerder had kunnen worden ingediend, betekent dit niet automatisch dat de daaropvolgende bewaring onrechtmatig is. Er dient een belangenafweging plaats te vinden waarbij de ernst van het gebrek en de geschonden belangen worden betrokken.
De Afdeling stelt vast dat de vreemdeling ongewenst is verklaard, een misdrijf heeft begaan en zijn identiteit frustreert door gebruik van aliassen. Dit rechtvaardigt de voortzetting van de bewaring. De staatssecretaris heeft op 10 november 2008 de Dienst Terugkeer en Vertrek verzocht de vreemdeling bij de Belgische autoriteiten te claimen, wat voldoende voortvarendheid toont.
Daarom verklaart de Raad van State het beroep van de vreemdeling ongegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de vreemdelingenbewaring blijft in stand.