ECLI:NL:RVS:2023:2998
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verantwoordelijkheid Duitsland voor behandeling asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling, omdat Duitsland volgens hem verantwoordelijk was voor de behandeling. De rechtbank verklaarde dit besluit onterecht en vernietigde het, maar de staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris voldoende heeft gemotiveerd dat Duitsland verantwoordelijk is, mede omdat de Duitse autoriteiten dit zelf erkenden in het terugnameverzoek en het claimakkoord. De Raad wees het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdeling af, die betoogde dat prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie gesteld moesten worden.
De vreemdeling voerde aan dat Nederland de asielaanvraag aan zich had moeten trekken vanwege zijn Syrische afkomst en familiebanden in Nederland, maar deze argumenten werden door de Raad verworpen. De Raad bevestigde dat de Dublinverordening niet bedoeld is om regulier verblijf te verkrijgen en dat medische voorzieningen in Duitsland vergelijkbaar zijn. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.