ECLI:NL:RVS:2023:3708
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- A. ten Veen
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadecompensatie na handhaving woonbestemming perceel Soest
Appellanten waren bewoners van een perceel in Soest waar zij zonder vergunning een woning en bouwwerken hadden opgericht, in strijd met het bestemmingsplan Landelijk Gebied 1994. Het college van burgemeester en wethouders weigerde schadecompensatie na handhavend optreden tegen het gebruik van het perceel voor wonen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant sub 1B niet-ontvankelijk en oordeelde dat appellant sub 1A geen recht had op schadevergoeding, maar vernietigde het besluit van het college wegens onvoldoende motivering. Beide appellanten stelden hoger beroep in.
De Afdeling oordeelt dat appellant sub 1B terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding. Het beroep van appellant sub 1A faalt omdat het college geen gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat het perceel een woonbestemming zou krijgen. Schade door handhaving wegens overtreding van het bestemmingsplan valt niet onder het normale maatschappelijke risico en rechtvaardigt geen nadeelcompensatie. Het hoger beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van het college gegrond en het vonnis van de rechtbank vernietigd voor zover het appellant sub 1A in het gelijk stelde.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellanten wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd voor zover schadecompensatie werd toegekend.