ECLI:NL:RVS:2023:53
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling en minderjarige kinderen
De vreemdeling en haar minderjarige kinderen, allen met Eritrese nationaliteit, vroegen om een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland bij haar echtgenoot. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de identiteit en nationaliteit niet aannemelijk waren gemaakt. Na bezwaar en beroep bleef dit besluit in stand. De vreemdeling overlegde in hoger beroep nieuwe documenten, waaronder een UNHCR/ARRA-registratie, die volgens de Afdeling bestuursrechtspraak als nieuw en relevant bewijs moet worden beschouwd.
De rechtbank had geoordeeld dat deze documenten geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormden, maar de Afdeling stelde dat de UNHCR/ARRA-registratie wel degelijk nieuw bewijs is dat bijdraagt aan het aannemelijk maken van identiteit en nationaliteit. De staatssecretaris moet daarom het bezwaar opnieuw inhoudelijk beoordelen, rekening houdend met alle relevante documenten en verklaringen.
Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing. De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling volgens de geldende wet- en regelgeving.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe inhoudelijke beoordeling.