ECLI:NL:RVS:2024:1958
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- H. Benek
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder bestuursdwang wegens goederen bestemd voor illegale hennepteelt ondanks strafrechtelijke vrijspraak
Appellant, eigenaar en exploitant van een tuinartikelenbedrijf in Zwolle, kreeg op 28 februari 2020 een last onder bestuursdwang opgelegd door de burgemeester wegens het aanbieden van goederen bestemd voor illegale hennepteelt. Deze maatregel volgde op een controle en doorzoeking waarbij diverse kweekmaterialen en gerelateerde goederen werden aangetroffen.
Hoewel appellant in een strafrechtelijke procedure vrijgesproken werd van overtreding van artikel 11a van de Opiumwet, handhaafde de burgemeester de last onder bestuursdwang op basis van aanvullend politierapport dat niet in de strafzaak was gebruikt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de last ongegrond en oordeelde dat de vrijspraak de bestuursrechtelijke maatregel niet in de weg stond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de last in strijd was met de onschuldpresumptie uit artikel 6 EVRM Pro, omdat hij in de strafzaak was vrijgesproken van dezelfde feiten. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter dat het bestuursrechtelijke besluit gebaseerd was op aanvullend bewijs en dat dit geen twijfel opriep over de juistheid van de strafrechtelijke vrijspraak.
De Raad van State bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De last onder bestuursdwang blijft gehandhaafd en de burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De last onder bestuursdwang blijft gehandhaafd ondanks strafrechtelijke vrijspraak wegens aanvullend bewijs.