ECLI:NL:RVS:2024:2650
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
Bij besluit van 30 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep bij uitspraak van 12 juni 2024 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank, mede omdat de rechtsvraag reeds eerder was beantwoord in een eerdere uitspraak over het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.J.W.P. van Gastel op 28 juni 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.