ECLI:NL:RVS:2024:4295
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing asielaanvraag en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 27 mei 2021 de asielaanvraag van de vreemdeling af. De rechtbank vernietigde dit besluit op 30 september 2022, maar hield de rechtsgevolgen intact. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat het hoger beroep niet leidt tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De vreemdeling betwist de leeftijdsregistratie, maar dit is juridisch niet doorslaggevend. De afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand vanwege het risico op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië en het gezinsleven met zijn moeder.
De vreemdeling verzocht tevens om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad van State wijst dit verzoek toe en veroordeelt de minister tot betaling van € 2.000,- plus proceskosten van € 437,50. De totale procedure duurde ruim vier jaar, wat als onredelijk lang wordt beschouwd.
De uitspraak bevestigt de eerdere beslissing van de rechtbank en benadrukt het belang van tijdige besluitvorming in asielzaken, waarbij de minister aansprakelijk is voor de overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.