ECLI:NL:RVS:2024:451
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had op 21 februari 2020 besloten een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank leidt, omdat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming anders moeten worden beantwoord.
De vreemdeling verzocht ook om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de totale duur van de procedure nog binnen de redelijke termijn van vier jaar viel. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank, wees het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 875,00.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.