ECLI:NL:RVS:2024:4731
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens drugshandel ondanks betwisting huurder
De burgemeester van Utrecht besloot op 20 januari 2022 de woning van appellante voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege drugshandel in de woning. De politie trof diverse drugs aan en buurtbewoners meldden overlast en onveiligheid. Appellante, huurder van de woning, stelde dat zij geen verwijt kon worden gemaakt omdat zij niet op de hoogte was van de drugs en niet betrokken was.
Zij maakte bezwaar tegen de sluiting, dat door de burgemeester werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. In hoger beroep betoogde appellante dat de verantwoordelijkheid te strikt werd uitgelegd en dat de sluiting niet evenredig was.
De Raad van State overwoog dat persoonlijke verwijtbaarheid niet vereist is voor toepassing van artikel 13b Opiumwet, maar wel relevant kan zijn bij de evenredigheidstoets. Gezien verklaringen van appellante zelf en de omstandigheden, waaronder kennis van haar vriend die drugs gebruikte en haar scooter daarvoor gebruikte, kon zij redelijkerwijs op de hoogte zijn van de drugshandel in haar woning.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellante een verwijt kan worden gemaakt en dat de sluiting evenredig was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; sluiting woning bevestigd en schadevergoeding afgewezen.