ECLI:NL:RVS:2024:5325
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- J.M. Willems
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over bewaring vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling op 22 augustus 2024 in bewaring wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf en een risico op onttrekking. De vreemdeling, met de Hongaarse nationaliteit, was eerder op 26 januari 2024 verwijderd naar Hongarije. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de bewaring, met toekenning van schadevergoeding.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat hij zijn verblijf daadwerkelijk en effectief had beëindigd, zoals vereist volgens het arrest F.S. van het Hof van Justitie. De korte periode buiten Nederland en het ontbreken van materiële wijziging van omstandigheden maakten dat het verwijderingsbesluit van 18 april 2023 nog steeds van kracht was.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de minister gegrond. Het beroep van de vreemdeling werd alsnog ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, waardoor de bewaring van de vreemdeling rechtmatig is.