ECLI:NL:RVS:2025:110
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- G.O. van Veldhuizen
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke sluiting bedrijfspand wegens handel in gestolen goederen niet noodzakelijk
De burgemeester van Waalwijk sloot op 16 maart 2020 het bedrijfspand van appellant voor zes maanden vanwege de aanwezigheid van gestolen motorblokken. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank het besluit wegens onvoldoende onderbouwing van noodzaak en evenredigheid. De burgemeester ging in hoger beroep.
De Raad van State oordeelde dat de burgemeester niet aannemelijk had gemaakt dat de sluiting op het moment van het besluit nog noodzakelijk was, aangezien de huurovereenkomst met de overtreder was beëindigd en een nieuwe huurder was gevonden. De openbare orde was daarmee hersteld. Ook de preventieve signaalfunctie en de kwetsbaarheid van het industrieterrein konden de sluiting niet rechtvaardigen.
Verder werd geoordeeld dat de schadevergoeding aan appellant terecht was toegekend, ondanks dat appellant zelf de huurovereenkomst had beëindigd, omdat dit handelen mede gericht was op het voorkomen van illegale activiteiten in het pand.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd, en de burgemeester veroordeeld tot proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de burgemeester wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.