ECLI:NL:RVS:2025:1529
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- M. den Heyer
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid terugkeerbesluit en inreisverbod wegens terroristisch misdrijf
Betrokkene, geboren in Nederland en tevens houder van de Turkse nationaliteit, is onherroepelijk veroordeeld voor een terroristisch misdrijf en bezit een stroomstootwapen. De staatssecretaris heeft op grond hiervan het Nederlanderschap ingetrokken en een terugkeerbesluit met een inreisverbod van twintig jaar uitgevaardigd. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit, maar de minister stelde hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister had moeten beoordelen of betrokkene in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro of de Terugkeerrichtlijn. De richtlijn regelt immers alleen terugkeer en niet het verlenen van verblijfsrechten. De Afdeling vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank.
Vervolgens toetst de Afdeling het besluit inhoudelijk. Zij concludeert dat het besluit niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, omdat betrokkene geen voldoende familie- en gezinsleven in Nederland heeft en het algemeen belang bij bescherming van nationale veiligheid zwaarder weegt. Ook is het besluit niet disproportioneel, gelet op de ernst van het terroristisch misdrijf en de bedreiging die betrokkene vormt. Betrokkene slaagt niet in zijn beroep op het VN Gehandicaptenverdrag en het EU Handvest, noch op artikel 3 EVRM Pro over mogelijke risico’s in Turkije.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank, maar verklaart het beroep zelf ongegrond en bevestigt het terugkeerbesluit en inreisverbod tegen betrokkene.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit met inreisverbod blijft in stand.