ECLI:NL:RVS:2025:3879
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toestemming beveiligingswerk wegens onvoldoende betrouwbaarheid
Op 15 september 2022 verzocht een bedrijf toestemming om appellant beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten. De korpschef van politie weigerde deze toestemming op 2 maart 2023 vanwege onvoldoende betrouwbaarheid van appellant, gebaseerd op een mishandelingsincident in 2020 en betrokkenheid bij geweld tegen zijn voormalige partner en haar zus. Appellant kreeg hiervoor een strafbeschikking en later een geldboete opgelegd.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de betrouwbaarheid van beveiligers boven elke twijfel verheven moet zijn en dat de korpschef terecht de standaard terugkijktermijn van vier jaar hanteerde. Appellant stelde in hoger beroep dat deze maatstaf onmenselijk en disproportioneel is en dat onvoldoende rekening werd gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden en het specialiteitsbeginsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de korpschef beoordelingsruimte heeft om de betrouwbaarheid te toetsen aan de hand van beleidsregels, waarbij de maatstaf 'boven iedere twijfel verheven' is toegestaan. De eerdere strafrechterlijke veroordeling staat vast en mag worden meegewogen. De Afdeling verwierp de betogen over de terugkijktermijn, het specialiteitsbeginsel en de evenredigheid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond, weigering toestemming beveiligingswerk bevestigd.