ECLI:NL:RVS:2025:5290
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling bij intrekking hoger beroep in asielzaak wegens overschrijding beslistermijn
Verzoeker diende op 4 september 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie wees deze aanvraag bij besluit van 5 september 2025 af, waarbij de beslistermijn van vijftien maanden was overschreden. Verzoeker stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar trok dit hoger beroep later in en verzocht de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om de minister te veroordelen in de proceskosten.
De Afdeling overwoog dat de minister, ongeacht de rechtmatigheid van de verlenging van de beslistermijn, de termijn had overschreden. Dit gaf aanleiding om de minister in de proceskosten te veroordelen. De Afdeling paste een wegingsfactor van 0,5 toe omdat het hoger beroep uitsluitend ging over het niet tijdig nemen van het besluit op de asielaanvraag.
De Afdeling wees het verzoek toe en veroordeelde de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Verzoeker had geen bezwaar gemaakt tegen het afwijzingsbesluit, waardoor nog geen beroep van rechtswege was ontstaan. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 5 november 2025.
Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker wegens overschrijding van de beslistermijn.