ECLI:NL:RVS:2025:86
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bewaring vreemdeling ondanks bezwaar over recht op horen
De zaak betreft een Poolse vreemdeling die bij besluit van 19 juni 2024 in bewaring is gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De vreemdeling was het niet eens met deze bewaring en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil was of de minister het recht van de vreemdeling om te worden gehoord had geschonden, omdat de telehoorzitting op dezelfde dag als de geplande verwijdering per vliegtuig plaatsvond. De vreemdeling stelde dat de minister had moeten onderzoeken of hij de zitting alsnog kon bijwonen, bijvoorbeeld via videobellen vanaf Schiphol.
De Afdeling oordeelde dat het recht om te worden gehoord een fundamenteel recht is, maar niet absoluut en onder omstandigheden beperkt mag worden mits evenredig en zonder aantasting van de kern. Gelet op de praktische onmogelijkheid om de verwijdering per vliegtuig uit te stellen en het feit dat de vreemdeling laat beroep deed op zijn recht om te worden gehoord, was de beperking evenredig. Bovendien was de vreemdeling vertegenwoordigd door een gemachtigde die zijn belangen kon behartigen. De Afdeling verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.