ECLI:NL:RVS:2026:1005
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- J. Schipper-Spanninga
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring ondanks schending inspanningsverplichting voorafgaand aan detentie
De minister van Asiel en Migratie stelde betrokkene op 25 augustus 2025 in vreemdelingenbewaring. Betrokkene was voorafgaand daaraan 90 dagen strafrechtelijk gedetineerd geweest, waarbij de minister geen inspanningen had verricht om het vertrek voor te bereiden. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, oordeelde dat de minister de inspanningsverplichting had geschonden en achtte de bewaring onrechtmatig zonder belangenafweging.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte ambtshalve de inspanningsverplichting in het voortraject had getoetst, omdat deze niet tot de voorwaarden voor rechtmatige bewaring behoort. De bewaring is pas onrechtmatig als na een belangenafweging blijkt dat de belangen van betrokkene zwaarder wegen dan de ernst van het gebrek.
Verder wees de Afdeling de overige beroepsgronden van betrokkene af, waaronder het betoog over het ontbreken van een beëdigde tolk. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.