Uitspraak
Datum uitspraak: 15 april 2026
AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
griffier
Raad van State
De zaak betreft het beroep van Stichting Milieuwerkgroep Midden Betuwe en een aantal natuurlijke personen tegen het bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" en de daarbij behorende ontgrondings-, omgevings- en watervergunningen. Het project omvat het ontgronden en herinrichten van uiterwaarden ten zuiden van IJzendoorn met als doel het winnen van ongeveer 7 miljoen ton bouwgrondstoffen, verbetering van hoogwaterveiligheid en natuurontwikkeling.
De stichting en anderen voeren onder meer aan dat het bestemmingsplan en de vergunningen onrechtmatig zijn omdat zij vooruitlopen op een permanente vestiging van een bouwgrondstoffencentrum, dat niet in het plan is opgenomen. De Afdeling oordeelt dat de stichting zich niet kan beroepen op haar statutaire algemene belangen wegens het ontbreken van feitelijke werkzaamheden en verklaart haar beroep ongegrond. De natuurlijke personen kunnen zich beroepen op hun woon- en leefklimaatbelang, maar hun bezwaren tegen geluidzones en grondwallen worden afgewezen wegens onvoldoende belang.
De Afdeling gaat inhoudelijk in op de geluidbelasting als gevolg van de ontgrondingsactiviteiten en oordeelt dat het college van B&W voldoende heeft gemotiveerd waarom een overschrijding van de richtwaarde van 40 dB(A) toelaatbaar is. De overige beroepsgronden worden verworpen. Het beroep wordt derhalve ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan en de vergunningen voor het project Willemspolder fase 1 wordt ongegrond verklaard.