ECLI:NL:RVS:2026:3192
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- J.C.A. de Poorter
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Raad van State oordeelt over beslistermijn en dwangsom bij hersteloperatie toeslagen
Deze uitspraak van de Raad van State behandelt het hoger beroep van de Dienst Toeslagen tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland over het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag aanvullende compensatie voor werkelijke schade in de toeslagenaffaire.
De Afdeling bestuursrechtspraak constateert dat de besluitvorming bij de Dienst Toeslagen ernstig is vastgelopen, met een gemiddelde doorlooptijd van ruim 118 weken in 2025 en een werkvoorraad die bij ongewijzigd beleid nog achttien jaar zal duren. Het instellen van beroepen tegen het niet tijdig nemen van besluiten leidt niet tot versnelling, ondanks substantiële dwangsommen.
De Dienst Toeslagen heeft alternatieve hersteltrajecten geïntroduceerd, zoals SGH en MijnHerstel, die eindigen in civielrechtelijke vaststellingsovereenkomsten in plaats van bestuursrechtelijke beschikkingen. De Afdeling oordeelt dat deze routes op gespannen voet staan met de wet en onvoldoende rechtszekerheid bieden.
Gezien de situatie kan de Afdeling geen passende nadere beslistermijn vaststellen en valt zij terug op de wettelijke termijn van twee weken na verzending van de uitspraak. De dwangsom wordt onder de huidige omstandigheden op nihil gesteld omdat deze contraproductief werkt. Het incidenteel hoger beroep van appellant sub 2 wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het doel van het beroep is bereikt.
De uitspraak vernietigt het dwangsomdeel van de rechtbankuitspraak en verwijst het van rechtswege ontstane bezwaar terug naar de Dienst Toeslagen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Raad van State stelt de nadere beslistermijn terug op twee weken en stelt de dwangsom tijdelijk op nihil vanwege vastgelopen besluitvorming bij de Dienst Toeslagen.