ECLI:NL:RVS:2026:3586
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- J.M. Willems
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak over afwijzing verblijfsvergunning asiel en buitenschuldbeleid
Betrokkene diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 22 juni 2022 werd afgewezen. De rechtbank stelde de staatssecretaris in een tussenuitspraak van 4 mei 2023 in de gelegenheid om gebreken in het besluit te herstellen. Na reactie van de minister vernietigde de rechtbank op 3 augustus 2023 het besluit en beval een nieuw besluit.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de minister bij een eerste asielaanvraag ambtshalve moest motiveren waarom hij geen gebruik maakte van zijn bevoegdheid om het buitenschuldbeleid toe te passen. Dit beleid is volgens de Afdeling niet van toepassing in de asielprocedure, zoals ook blijkt uit de beleidsregels en eerdere jurisprudentie.
Betrokkene stelde voorwaardelijk incidenteel hoger beroep in, maar dit werd ongegrond verklaard. De Afdeling vernietigde de uitspraken van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees de Afdeling het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de totale procedureduur minder dan vier jaar bedroeg.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waarbij het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.