ECLI:NL:RVS:2026:3679
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens drugshandel ondanks vrijspraak hoofdbewoner
De burgemeester van Veendam sloot de woning van appellant A en haar zoon voor drie maanden vanwege de vondst van harddrugs en contant geld, en meldingen van drugshandel in de buurt. Dit was de tweede constatering binnen drie jaar, wat volgens het Damoclesbeleid sluiting rechtvaardigt.
Appellanten voerden onrechtmatig verkregen bewijs, schending van de onschuldpresumptie en onbevoegdheid van de burgemeester aan. De Afdeling oordeelde dat het bewijs bestuursrechtelijk toelaatbaar was, de sluitingsbevoegdheid niet afhankelijk is van strafrechtelijke schuldvaststelling, en dat de burgemeester bevoegd was gezien de hoeveelheid drugs en meldingen.
De noodzaak en evenwichtigheid van de sluiting werden getoetst. De Afdeling vond de sluiting passend en noodzakelijk om drugshandel te bestrijden en overlast te voorkomen, ondanks de nadelige gevolgen voor appellanten. De eerdere waarschuwing en gedragsaanwijzing versterkten de rechtvaardiging.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning voor drie maanden wegens drugshandel en overlast.