ECLI:NL:RVS:2023:1251
Raad van State
- Hoger beroep
- G.T.J.M. Jurgens
- C.J. Borman
- J. Gundelach
- Rechtspraak.nl
Sluiting smartshoppand Rotterdam wegens strafbare voorbereidingshandelingen drugshandel
De burgemeester van Rotterdam heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet het smartshoppand aan de locaties in Rotterdam voor zes maanden gesloten vanwege de aanwezigheid van stoffen en goederen die bestemd waren voor het faciliteren van drugshandel. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de burgemeester niet bevoegd was tot sluiting omdat niet aannemelijk was dat de stoffen en voorwerpen voor strafbare voorbereidingshandelingen werden gebruikt.
De Raad van State stelt dat de burgemeester wel bevoegd was, omdat het niet vereist is dat de betrokkene zelf wetenschap of een ernstig vermoeden heeft van de strafbare bestemming van de goederen, maar dat dit kan worden vastgesteld op basis van de feitelijke situatie in het pand. De combinatie van aangetroffen goederen zoals geldtelmachines, verpakkingen met verborgen ruimtes, vacuümmachines en versnijdingsmiddelen rechtvaardigt de conclusie dat het pand een schakel vormt in de productie en distributie van drugs.
De Raad van State oordeelt verder dat de sluiting noodzakelijk en evenwichtig was, gelet op de aard en hoeveelheid van de aangetroffen goederen, de locatie in een veiligheidsrisicogebied en de verwijtbaarheid van de betrokkene. De financiële gevolgen van de sluiting zijn niet onevenredig. Het hoger beroep van de burgemeester wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de wederpartij ongegrond verklaard.
Uitkomst: De burgemeester was bevoegd het smartshoppand te sluiten en de sluiting van zes maanden was noodzakelijk en evenwichtig.