ECLI:NL:RVS:2026:3970
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B.P. Vermeulen
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verblijfsvergunningen asiel wegens valse verklaringen en herbeoordeling geloofwaardigheid
Appellanten, een Iraans gezin bestaande uit een moeder en haar twee zonen, kregen aanvankelijk verblijfsvergunningen asiel toegekend op basis van geloofwaardige problemen door afvalligheid. Na een strafrechtelijke veroordeling van hun juridisch adviseur wegens mensensmokkel en het aanbieden van fictieve asielverhalen, startte de minister het Ambrose-project om mogelijke fraude te onderzoeken. De minister trok de vergunningen in op grond van valse verklaringen die met hulp van de adviseur waren afgelegd.
De rechtbank oordeelde dat de minister voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellanten onjuiste gegevens hadden verstrekt en dat de herbeoordeling van de asielaanvragen terecht tot de conclusie leidde dat appellanten niet langer in aanmerking kwamen voor een verblijfsvergunning. De rechtbank vond ook dat de intrekking niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro.
In hoger beroep betoogden appellanten onder meer dat de bewijslast onterecht bij hen lag, dat de minister niet consequent handelde binnen het Ambrose-project en dat de herbeoordeling onvoldoende rekening hield met hun situatie. De Raad van State verwierp deze grieven, bevestigde de motivering van de minister en de rechtbank, en oordeelde dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro correct was gemaakt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de verblijfsvergunningen asiel wegens het verstrekken van valse verklaringen en oordeelt dat de herbeoordeling correct is uitgevoerd.