ECLI:NL:RVS:2026:4299
Raad van State
- Hoger beroep
- W. den Ouden
- J.C.A. de Poorter
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging dwangsom bij niet tijdig besluit aanvullende compensatie toeslagen
De zaak betreft een hoger beroep van de Dienst Toeslagen tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel die de Dienst een dwangsom oplegde wegens het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag aanvullende compensatie voor werkelijke schade in het kader van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
De rechtbank had een nadere beslistermijn van 60 weken na de wettelijke beslistermijn gesteld en een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000. De Dienst Toeslagen stelde dat deze termijn en dwangsom onrealistisch zijn en vroeg om een richtinggevende uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat vanwege de omvang van de werkvoorraad en de problematiek rond alternatieve hersteltrajecten de wettelijke beslistermijn van twee weken na uitspraak moet gelden en dat de dwangsom op nihil moet worden gesteld omdat deze geen effectieve prikkel meer vormt.
Omdat de Dienst Toeslagen inmiddels een inhoudelijk besluit heeft genomen binnen de gestelde termijn, vernietigt de Afdeling het deel van de uitspraak dat de dwangsom oplegt, zonder gevolgen voor het genomen besluit. Het beroep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen naar de Dienst Toeslagen voor behandeling van bezwaar.
Uitkomst: De dwangsom opgelegd aan de Dienst Toeslagen wordt vernietigd en op nihil gesteld omdat de Dienst inmiddels een besluit heeft genomen.