ECLI:NL:RVS:2026:4424
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding studievertraging door onrechtmatige examenbeslissingen Fontys Hogeschool
Appellant volgt sinds studiejaar 2015-2016 een lerarenopleiding Godsdienst aan Fontys Hogeschool en stelt studievertraging te hebben opgelopen door onrechtmatige beslissingen van de examencommissie. Na eerdere procedures en schikkingen heeft appellant schadevergoeding gevorderd wegens studievertraging en de vertraging in de bezwaarprocedure.
De directeur van de opleiding en het college van bestuur (CvB) hebben het verzoek om schadevergoeding afgewezen, waarbij het CvB het bezwaar ongegrond verklaarde. Appellant stelde beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en diende een zelfstandig verzoek om schadevergoeding in.
De Afdeling oordeelt dat het bezwaar tegen de beslissing van 21 november 2025 niet-ontvankelijk is omdat tegen die beslissing geen bezwaar openstaat. De Afdeling vernietigt daarom het besluit op bezwaar van 12 februari 2026 en zal zelf in de zaak voorzien. Hoewel de examencommissie onrechtmatig heeft gehandeld in beslissingen van december 2024 en mei 2025, heeft appellant onvoldoende onderbouwd dat hij daardoor studievertraging heeft geleden en het causaal verband met de gestelde schade niet aangetoond.
Ook de gestelde schade door de bezwaarprocedure en andere handelingen is onvoldoende onderbouwd. De Afdeling wijst het verzoek om schadevergoeding af, veroordeelt het CvB in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens studievertraging wordt afgewezen en het bezwaar tegen het schadeverzoek niet-ontvankelijk verklaard.