AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bestuurlijke lus over overschrijding meststofgebruik en bedrijfsgrootte bij maatschap
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een boete opgelegd aan een maatschap wegens overschrijding van stikstof- en fosfaatgebruiksnormen volgens de Meststoffenwet. De boete was gebaseerd op een oppervlakte van 42,22 hectare landbouwgrond die tot het bedrijf behoorde. Appellanten stelden dat ook de landbouwgrond van een andere maatschap, die praktisch en landbouwkundig als één bedrijf werden geëxploiteerd, moest worden meegerekend.
Het College overwoog dat het product dat werd aangevoerd, ongeacht de benaming als compost of organisch product, kwalificeert als meststof. De bewijslast lag primair bij appellanten om aan te tonen dat zij de normen niet overschreden. Uit de administratie, facturen en verklaringen bleek dat compost op de grond van appellanten was uitgereden.
Het College stelde vast dat de maatschap feitelijke beschikkingsmacht had over de landbouwgrond van de andere maatschap en dat deze gronden ook bij het bedrijf behoorden. Daarom was de oppervlakte waarop de gebruiksnormen werden toegepast onjuist vastgesteld. Het College droeg de staatssecretaris op het besluit te herstellen door de juiste oppervlakte mee te nemen en tevens te beoordelen of appellanten in aanmerking komen voor fosfaatverrekening of boeteverlaging. De verdere beslissing werd aangehouden tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het College draagt de staatssecretaris op het besluit te herstellen door de juiste oppervlakte landbouwgrond mee te nemen en houdt verdere beslissing aan tot de einduitspraak.
Uitspraak
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 12/633
16005
Tussenuitspraak van de meervoudige kamer op het hoger beroep van:
Maatschap [naam 1]
(hierna: maatschap [naam 1]) ,
[naam 2],
[naam 3],
[naam 4],
te [plaats 1],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 15 mei 2012 in het geding tussen appellanten
en
de Staatssecretaris van Economische Zaken (hierna: de staatssecretaris)
gemachtigde van appellanten: mr. W.P.N. Remie
gemachtigde van verweerder: mr. B. Raven
Procesverloop in hoger beroep
Appellanten hebben bij brief van 2 juli 2012 hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak