ECLI:NL:CBB:2020:415
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fosfaatrechten en knelgevallenregeling bij bedrijfsverplaatsing en ziekte melkveehouder
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarbij het fosfaatrecht werd vastgesteld op basis van de situatie op 2 juli 2015, ondanks ziekte en bedrijfsverplaatsing die de groei van het bedrijf vertraagden.
Het College overweegt dat de knelgevallenregeling niet voorziet in compensatie voor niet-gerealiseerde groei en dat de melkproductie van 2015 niet representatief is, maar het bewijs onvoldoende is om de melkproductie van 2016 als representatief te beschouwen. De melkproductie van 2013 wordt daarom als maatstaf genomen, waarmee appellant niet aan de 5%-drempel voldoet.
Verder oordeelt het College dat het fosfaatrechtenstelsel niet in strijd is met het recht op eigendom en dat appellant geen individuele en buitensporige last draagt, mede omdat hij bewust heeft gekozen voor uitbreiding en bedrijfsverplaatsing ondanks de aangekondigde productiebeperkende maatregelen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar appellant krijgt vergoeding van griffierecht en proceskosten toegekend vanwege een motiveringsgebrek in het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het fosfaatrecht van appellant wordt bevestigd.